1. Home
  2. Knowledge Base
  3. Techniek
  4. De lichtmeter in de fotografie

De lichtmeter in de fotografie

Je kunt nog zó’n goede camera of lens hebben, als je foto over- of onderbelicht is, gaat er toch iets verloren. Gelukkig hebben we in de fotografie een slimme assistent tot je beschikking: de lichtmeter. Dit is het onmisbare gereedschap dat jou helpt om de juiste belichting te vinden, keer op keer. En het mooie is: je hebt er al eentje in je camera zitten!

De lichtmeter komt bij alle soorten fotografie goed van pas: landschap, een portret in tegenlicht of een snelle actiefoto binnenshuis. De lichtmeter helpt je om te begrijpen hoeveel licht er is, en hoe je je instellingen daarop moet afstemmen. In dit artikel vertel ik je meer over de lichtmeter: wat het is, hoe het werkt, waar je op moet letten en wanneer een externe lichtmeter handig is.

Wat is een lichtmeter?

Een lichtmeter is een hulpmiddel in de fotografie waarmee je meet hoeveel licht er op je onderwerp of sensor valt. Op basis van die meting kun je vervolgens je belichtingsinstellingen kiezen: sluitertijd, diafragma en ISO. Het doel? Een foto maken die goed belicht is. Sus niet te licht (overbelicht) en niet te donker (onderbelicht), tenzij je dat bewust wilt.

Er bestaan twee soorten lichtmeters:

  1. De ingebouwde lichtmeter: deze zit in vrijwel elke digitale camera
  2. De externe lichtmeter: een los apparaat dat je in je hand houdt

Laten we ze allebei eens bekijken.

De ingebouwde lichtmeter van je camera

Elke moderne camera, van instapmodel tot professionele body, heeft een ingebouwde lichtmeter. Deze zit verstopt achter de schermpjes en knopjes, maar werkt de hele tijd op de achtergrond mee. Zodra je je camera aanzet, meet hij hoeveel licht er door de lens komt, en laat hij je via een belichtingsbalkje zien of je instellingen kloppen.

Hoe werkt het?

De ingebouwde lichtmeter meet het licht dat door de lens komt (ook wel TTL: through the lens). Hij vergelijkt dat met een neutrale grijswaarde (18% grijs en daar kom ik zo op terug) en bepaalt op basis daarvan of je opname goed belicht zal zijn bij je huidige instellingen.

Je ziet dit in je zoeker of op het scherm meestal als een balkje met getallen of streepjes:

Lichtmeter fotografie
De bovenste lichtmeter geeft een correcte belichting aan. De middelste lichtmeter geeft onderbelichting aan en de onderste lichtmeter geeft aan dat de foto overbelicht zal worden.
  • 0 = perfecte belichting volgens de camera
  • – = onderbelicht
  • + = overbelicht

Je kunt dus nog vóór je afdrukt al zien of je moet bijsturen. Superhandig!

De lichtmeter geeft de belichting aan in stops. Een stop is een hele stap in de lichtmeter en wordt in het engels aangeduid als Exposure Value (EV). De meeste lichtmeters fotografie gegeven de belichting aan met stapjes van 0,3 EV. Overigens hoeft de lichtmeter niet altijd precies op de 0 te staan. Ik zou hem, onder normale omstandigheden, tussen de -1.0 en +1.0 EV houden. Soms is het namelijk iets mooier om een foto wat lichter of donkerder te maken en bovendien heb je in de beeldbewerking ook nog wat correctiemogelijkheden.

Belichtingsmodi van je lichtmeter

Je camera biedt vaak verschillende meetmodi aan. Dit bepaalt welk deel van het beeld de camera gebruikt voor de lichtmeting:

  1. Matrix-/meerveldmeting (Canon: Evaluatief)
    ➤ De camera meet over het hele beeld, en maakt op basis van slimme algoritmes een gemiddelde. Goed voor alledaags gebruik.
  2. Centrumgerichte meting
    ➤ De camera geeft extra gewicht aan het midden van het beeld. Handig als je onderwerp zich daar bevindt.
  3. Spotmeting
    ➤ De camera meet alleen een klein gebied (vaak 1–5%) in het midden of op je scherpstelpunt. Ideaal voor moeilijke lichtsituaties of tegenlicht.

De onderstaande icoontjes geven aan op welke instelling je lichtmeter staat en deze zul je tegen komen in het menu.

Tip: gebruik spotmeting bij portretten in fel zonlicht, of als je een wit object op een donkere achtergrond wilt fotograferen.

Belichtingsmodi in M-stand

Deze standen zijn overigens alleen nuttig op een (half)automatische programmastand. Je camera gebruikt dan de lichtmeter voor het instellen van de belichtingsinstellingen. Wanneer je op de handmatige stand (M) fotografeert, kun je zelf de belichting zodanig instellen dat de lichtmeter van je camera een negatieve of positieve waarde aangeeft. Stel je maakt een foto van een model tegen een zwarte achtergrond, dan kun je de lichtmeter gewoon op matrix laten staan en de belichting zo instellen dat de lichtmeter -1 EV aangeeft. Zo voorkom je overbelichting en je hoeft niet telkens te veranderen van modus.

Waarom werkt de lichtmeter in de fotografie niet altijd perfect?

In de fotografie gaat de ingebouwde lichtmeter gaat altijd uit van een gemiddelde grijswaarde van 18%. Dat betekent dat de camera probeert het beeld zó te belichten dat het lijkt op een gemiddelde grijstint. Maar als je onderwerp bijvoorbeeld heel licht is (sneeuw, een wit shirt, een witte muur), denkt de camera dat het te licht is en gaat hij onderbelichten.

Bij de foto hiernaast zie je dat de foto best wel onderbelicht is ondanks dat de lichtmeter wel op 0 stond. De boosdoener is in dit geval de felle zon die een groot contrast vormt met de schaduwpartijen.

Omgekeerd: bij donkere onderwerpen (zoals een zwarte jas, donkere bosgrond) denkt de camera dat het te donker is – en gaat hij overbelichten.

Oplossing: gebruik belichtingscompensatie (het plus/min-knopje) om handmatig bij te sturen wat de lichtmeter meet. Of werk in de M-stand en vertrouw op je histogram. Zet je de belichtingscompensatie op +1.0 EV, dan zal de camera de foto 1 stop overbelichten wanneer de lichtmeter op 0 staat.

Lichtmeter fotografie
Met de belichtingscompensatie kun je de lichtmeter corrigeren.

De externe lichtmeter: voor fotografie met extra precisie

Hoewel de ingebouwde lichtmeter voor de meeste situaties meer dan voldoende is, wordt in de fotografie soms ook gebruik gemaakt van een externe lichtmeter. Dit is een los apparaat dat je in de hand houdt en waarmee je nóg preciezer kunt meten. Vooral bij flitslicht of in de studio.

Hoe werkt een externe lichtmeter?

In tegenstelling tot de lichtmeter in je camera, meet een externe lichtmeter niet het gereflecteerde licht (zoals de camera doet), maar het invallende licht. Dit betekent dat hij meet hoeveel licht er daadwerkelijk op het onderwerp valt, in plaats van wat er via het onderwerp naar je lens terugkaatst.

Resultaat: een nóg nauwkeuriger meting, ongeacht de kleur of reflectie van je onderwerp.

Je houdt de lichtmeter meestal vlak bij het onderwerp en richt hem naar de lichtbron (bijvoorbeeld een softbox). Op basis van die meting geeft hij je exact aan welk diafragma je moet gebruiken bij een bepaalde ISO en sluitertijd.

Wanneer gebruik je een externe lichtmeter?

Dit zijn een aantal situaties waarbij een externe lichtmeter handig kan zijn:

  • Bij studiofotografie met flitslicht – want de ingebouwde lichtmeter werkt niet met flits (tenzij je een testflits laat afgaan)
  • Bij mode- of portretfotografie waar een perfecte belichting cruciaal is
  • Bij kunstfotografie, productfotografie of reproductiewerk
  • Bij filmproducties, waar consistente belichting essentieel is

Een externe lichtmeter is in de fotografie dus zeker niet verplicht, maar wel een geweldig hulpmiddel voor wie tot in detail wil werken. Merken zoals SekonicGossen of Kenko maken betrouwbare modellen die jarenlang meegaan.

Tegenwoordig zie je een externe lichtmeter steeds minder vaak. Vroeger, vooral in het analoge tijdperk, was een perfecte belichting belangrijker dan nu. In de analoge fotografie is en onder- of overbelichte foto minder makkelijker te corrigeren dan bij een digitale foto. De nieuwste camera’s hebben een groot dynamisch bereik waardoor ze grote contrasten makkelijker kunnen opvangen.

Hoe kun je beter leren werken met je lichtmeter in de fotografie?

Goede belichting leer je vooral door te kijken. Naar je scherm, naar het histogram, en naar de lichtomstandigheden. Hier zijn wat praktische tips:

  • Gebruik spotmeting op het onderwerp dat voor jou het belangrijkst is. Bijvoorbeeld het gezicht bij portretten.
  • Gebruik belichtingscompensatie als je ziet dat de camera de mist ingaat bij wit of zwart.
  • Leer van je fouten: kijk terug naar onderbelichte of overbelichte foto’s en bestudeer wat er gebeurde in de lichtmeting.
  • Oefen met handmatige instellingen (M-stand) en gebruik het lichtmetertje als leidraad.
  • Check het histogram voor een vollediger beeld van je belichting. Doe dit vooral bij lastige situaties met veel contrast.

Vertrouw op je lichtmeter maar ook op jezelf

De lichtmeter is in de fotografie een van de meest onderschatte hulpmiddelen in je camera. Hij werkt stilletjes op de achtergrond, maar helpt je om van een goed bedoelde foto een écht goede foto te maken. Begrijp je hoe hij werkt, en wanneer je hem moet bijsturen, dan wordt belichten ineens een bewuste keuze in plaats van een gok.

En als je nóg preciezer wilt werken, in de studio of op professioneel niveau, dan is een externe lichtmeter een prachtige aanvulling. Niet omdat het moet, maar omdat je met elke stap meer grip krijgt op je licht. En licht is, uiteindelijk, het belangrijkste ingrediënt van elke foto.

Was this article helpful?

Related Articles