In de fotografie is scherptediepte een van de krachtigste middelen om sfeer, focus en beleving aan je beeld toe te voegen. Het bepaalt welk deel van je foto haarscherp is en welk deel juist niet. En deze techniek kun je bij voor soorten fotografie toepassen: van een portret maakt met een prachtige, vage achtergrond of een landschap waarin alles van voor tot achter scherp moet zijn.
In dit artikel vertel ik je alles wat jij moet weten over scherptediepte in de fotografie. Wat is het precies? Hoe werkt het? Welke lenzen kun je het beste gebruiken? En vooral: hoe speel je ermee om indrukwekkende foto’s te maken?

Wat is scherptediepte?
Scherptediepte (ook wel “depth of field” genoemd) is het gebied in je foto dat scherp wordt weergegeven. Alles wat vóór of achter dat scherptevlak valt, wordt waziger weergegeven. Die onscherpte kan subtiel zijn – of juist heel uitgesproken.
Een kleine scherptediepte betekent dat er maar een klein deel van de foto scherp is, vaak gebruikt bij portretten. Een grote scherptediepte betekent dat bijna alles in beeld scherp is, ideaal voor landschappen.
Wat beïnvloedt de scherptediepte?
Bij scherptediepte fotografie draait alles om controle. Hoe bepaal je nu hoeveel van je beeld scherp is? Er zijn drie hoofdvariabelen die samen bepalen hoe groot of klein de scherptediepte is. Het mooie is: je kunt ze alle drie zelf beïnvloeden. Hieronder leg ik je precies uit wat ze doen en hoe je ermee kunt spelen.
1. Het diafragma (f-getal): de grootste factor
Het diafragma is zonder twijfel de belangrijkste schakel in het bepalen van je scherptediepte. Dit is de opening in je lens waardoor het licht binnenkomt. Hoe groter de opening (dus hoe lager het f-getal), hoe kleiner je scherptediepte.
- Een laag f-getal zoals f/1.4, f/2.8 of f/4 zorgt voor een kleine scherptediepte. Slechts een smal vlak in je beeld is dan scherp, de rest vervaagt mooi. Perfect voor portretten en close-ups.
- Een hoog f-getal zoals f/11, f/16 of f/22 zorgt juist voor een grote scherptediepte. Het hele landschap van voor tot achter kan dan scherp worden vastgelegd.
Hieronder zie je een vergelijking waarbij ik mezelf eb gefotografeerd vanaf een statief. De eerste foto heb ik gemaakt met een diafragma van f/2.8 en de andere foto met f/16. Wat meteen opvalt is de scherpte in de achtgrond. Bij de foto met diafragma f2.8 zie je een veel rustigere achtergrond zodat ik zelf meer de aandacht pak.


Tip: experimenteer eens met een vaste compositie, maar verander alleen het diafragma. Je zult verbaasd zijn hoeveel invloed dat ene getalletje heeft op je foto.
2. De afstand tot je onderwerp
Hoe dichter je op je onderwerp zit, hoe kleiner de scherptediepte wordt. Dat is waarom je bij macrofotografie soms maar een paar millimeter scherp in beeld hebt. Zelfs met een klein diafragma zoals f/8 kun je dan nog steeds een flinterdunne scherpte krijgen.
Omgekeerd geldt: als je wat verder van je onderwerp af staat, wordt je scherptediepte vanzelf groter. Ook al gebruik je een groot diafragma. Let dus goed op je positie ten opzichte van wat je fotografeert.
Hieronder zie je een goed voorbeeld daarvan. Ik heb een paar bloemen in de tuin gefotografeerd, beide met exact dezelfde belichtingsinstellingen en hetzelfde brandpunt. Het enige verschil is de afstand tot het onderwerp: bij de tweede foto ben ik iets verder van de bloemen gaan staan. Je ziet dat die foto daardoor duidelijk meer scherptediepte heeft dan de eerste, waarbij ik dichter op de bloemen zat.


Tip: als je meer scherptediepte wilt zonder het diafragma aan te passen, probeer dan wat naar achteren te stappen.
3. De brandpuntsafstand van je lens
De lens die je gebruikt speelt óók een grote rol in scherptediepte fotografie. Kort gezegd:
- Telelenzen (zoals 85mm, 135mm of 200mm) geven bij gelijke instellingen een kleinere scherptediepte. Ze comprimeren de achtergrond, waardoor je makkelijker die mooie onscherpte krijgt.
- Groothoeklenzen (zoals 24mm of 16mm) zorgen juist voor meer scherptediepte. Zelfs bij een groot diafragma blijft vaak een groot deel van de foto nog redelijk scherp.
Dat betekent dat je met een 85mm f/1.8-lens makkelijker een rommelige achtergrond kunt laten wegvloeien dan met een 35mm f/1.8-lens.


Tip: wil je een zachte achtergrond maar heb je geen lichtsterke lens? Probeer dan in te zoomen met een telelens. Ook dat verkleint je scherptediepte.
Creatief spelen met scherptediepte
Zodra je de basis van scherptediepte fotografie onder de knie hebt, gaat er een wereld aan creatieve mogelijkheden voor je open. Je kunt de kijkrichting sturen, sfeer oproepen, rommelige achtergronden laten verdwijnen of juist alles van voor tot achter haarscherp in beeld brengen. Scherptediepte is niet alleen een technisch gegeven, het is ook een artistiek hulpmiddel. Hieronder vind je een paar inspirerende toepassingen en voorbeelden.
Portretten met een zachte, onscherpe achtergrond
Dit is misschien wel de bekendste toepassing van een kleine scherptediepte. Door je diafragma wijd open te zetten (denk aan f/1.8, f/2 of f/2.8) creëer je een dromerig effect waarbij alleen het gezicht van je model haarscherp is, en de achtergrond vervaagt tot een zachte kleurvlek. Hierdoor springt je onderwerp er echt uit.
Gebruik een wat langere lens, zoals een 85mm of 135mm, en neem voldoende afstand van de achtergrond. Je zult zien hoe rust en focus ontstaan in je beeld. Zeker bij buitenportretten is dit ideaal, omdat je storende elementen zoals struiken, hekken of voorbijgangers als het ware ‘weglaat’ door de onscherpte.
De portretfoto hiernaast heb ik gemaakt met een 50mm lens waarbij ik het diafragma helemaal open heb gezet. Zo ontstaat er een mooi onscherpe achtergrond en gaat de aandacht goed naar de persoon die ik geportretteerd heb.

Landschappen met maximale scherpte
Bij landschapsfotografie wil je juist dat álles scherp is: van het gras vlak voor je voeten tot de bergen aan de horizon. Hiervoor gebruik je een klein diafragma, zoals f/11, f/13 of f/16. Maar let op: als je te ver gaat (zoals f/22 of f/32), kan diffractie de scherpte juist weer iets verminderen. De meeste lenzen presteren het beste tussen de f/8 en de f/11.
Om alles scherp te krijgen gebruik je het hyperfocale punt: het scherpstelpunt waarbij je het maximale uit je scherptediepte haalt. Je stelt dan niet op de horizon scherp, maar op een punt iets voorbij het midden van je compositie. Er zijn handige apps of rekenhulpmiddelen voor, maar je kunt het ook op gevoel leren.
Voeg een voorgrond toe (zoals een rots, bloem of paaltje) en laat zien hoe je scherptediepte gebruikt om diepte in je foto te brengen. Zo leid je de blik van de kijker door het hele landschap heen.

Bokeh: de magie van licht en onscherpte
Met een kleine scherptediepte en een lichtbron op de achtergrond kun je zogenaamde bokeh creëren. Dat zijn die mooie, ronde lichtvlekjes in een wazige achtergrond. Dit werkt perfect met kerstlichtjes, straatlantaarns of zonnestralen die door bladeren breken.
De vorm en kwaliteit van de bokeh wordt bepaald door je lens en het aantal diafragmabladen. Sommige lenzen geven ronde vlekjes, andere meer hoekige. Wil je bewust spelen met bokeh in je scherptediepte fotografie, kies dan een lens die daar goed om bekend staat zoals een 50mm f/1.4 of 85mm f/1.8.
De foto hiernaast heb ik gemaakt in een stad vlak voor de kerstperiode. De kerstverlichting in de achtgrond zorgen hier voor subtiele maar sfeervolle bokeh in de achtergrond.
Tip: plaats een lichtbron bewust op afstand achter je onderwerp en zorg dat je achtergrond ver genoeg weg is. Zo wordt de bokeh groter en opvallender.

Macrofotografie: scherptediepte van millimeters
In de macrofotografie wordt scherptediepte pas écht leuk. Zelfs met f/8 of f/11 krijg je vaak maar een fractie van je onderwerp scherp. Bijvoorbeeld alleen het oog van een insect, terwijl het achterlijf al wazig is.
Daarom gebruiken macrofotografen soms focus stacking: het combineren van meerdere foto’s met verschillende scherpstelpunten tot één beeld waarin alles scherp is. Maar ook met beperkte scherptediepte kun je een prachtig resultaat behalen. Zolang je maar goed nadenkt over waar je die scherpte wilt hebben. Hieronder heb ik een video over hoe focus stacking werkt door de foto’s samen te voegen in Photoshop.
Tip: Gebruik een statief, een rustig onderwerp en wees geduldig. Je scherptediepte is klein, maar je creatieve mogelijkheden zijn enorm.

Hoe stel je de scherptediepte in op je camera?
De makkelijkste manier is om de camera in de A- of Av-stand (diafragmavoorkeuze) te zetten. Jij kiest het diafragma, de camera doet de rest. Zo kun je eenvoudig experimenteren met verschillende f-getallen.
Gebruik je een systeem- of spiegelreflexcamera? Dan kun je via de scherptedieptepreviewknop alvast zien welk deel van je beeld scherp wordt. Superhandig!
Tips voor scherptediepte fotografie
Met een beetje kennis van de techniek én wat oefening kun je scherptediepte bewust inzetten om meer zeggingskracht in je beelden te leggen. Hieronder vind je een aantal praktische én creatieve tips om het maximale uit scherptediepte fotografie te halen. Of je nu portretten, landschappen of macrofoto’s maakt: deze tips helpen je verder.
1. Kies bewust je diafragma
Laat de automatische stand even voor wat het is en zet je camera op de A- of Av-stand (diafragmavoorkeuze). Zo bepaal jij hoe groot of klein de scherptediepte wordt, en laat je de camera de juiste sluitertijd kiezen. Experimenteer met verschillende f-getallen en let op wat het doet met je foto. Wil je de achtergrond laten vervagen? Kies dan voor f/2.8. Wil je alles scherp hebben? Ga dan naar f/11 of hoger.
Gebruik je een compactcamera of smartphone? Kies dan voor de portretmodus of sluiterprioriteit om toch invloed uit te oefenen.

2. Let op de afstand tot je onderwerp én achtergrond
Scherptediepte wordt niet alleen bepaald door je diafragma, maar ook door je afstand tot het onderwerp. Hoe dichter je erop zit, hoe kleiner de scherptediepte wordt. Maar ook de afstand tussen onderwerp en achtergrond speelt mee: hoe verder die achtergrond weg is, hoe vager hij wordt.
Probeer het eens uit: fotografeer een model met dezelfde instellingen, maar op verschillende afstanden tot een muur. Je zult merken dat die muur in het ene beeld bijna scherp is, en in het andere volledig verdwijnt.
3. Gebruik de juiste lens voor het effect dat je wilt
Een groothoeklens geeft meer scherptediepte, een telelens juist minder. Wil je een vervaagde achtergrond? Dan helpt het enorm als je een 85mm of 200mm lens gebruikt. Zo hoef je soms niet eens een superlichtsterke lens te hebben om toch dat fraaie scherptediepte-effect te bereiken.
Pro-tip: heb je een kitlens? Zoom dan helemaal in (bijv. naar 55mm) en zet je diafragma open. Je zult zien dat ook daarmee al mooie resultaten mogelijk zijn!
4. Gebruik het scherm of live view om je scherptevlak te controleren
Veel camera’s bieden een live view of digitale zoeker waarop je goed kunt zien waar de scherpte precies ligt. Door in te zoomen op het beeld (digitaal, niet optisch!) kun je checken of je écht goed scherpstelt op het juiste punt. Bijvoorbeeld de ogen bij een portret, of de bloem in een macro-opname.
Vergeet ook de scherptedieptepreviewknop niet, als je camera die heeft. Daarmee kun je zien hoe groot (of klein) het gebied met scherpte zal zijn bij het ingestelde diafragma.
5. Maak testopnamen en analyseer het verschil
Een van de leukste manieren om scherptediepte fotografie onder de knie te krijgen, is door te experimenteren. Neem een vast onderwerp. Bijvoorbeeld een een plantje, een beeldje of een persoon en maak een reeks foto’s met oplopende diafragmawaarden: f/2.8, f/4, f/5.6, f/8, f/11 enzovoort.
Bekijk de beelden terug op groot formaat en let goed op wat er verandert. Zo leer je met eigen ogen zien hoe jouw camera en lens omgaan met scherptediepte. Dit helpt je ook om sneller de juiste instellingen te kiezen in praktijksituaties.
Zo’n ’trappetje’ met verschillende diafragma’s heb ik zelf ook even gemaakt. Het enige verschil is het diafragma (en de sluitertijd om de belichting te compenseren). Je ziet goed dat je bij grote diafragma’s minder scherptediepte hebt dan bij kleine diafragma’s.






6. Gebruik scherptediepte bewust als storytelling-instrument
Scherptediepte is niet alleen technisch. Het is vooral ook creatief. Door te kiezen wat je scherp in beeld brengt en wat niet, stuur jij het oog van de kijker. Je bepaalt wat belangrijk is en wat mag wegvallen. Daarmee maak je een foto die niet alleen mooi is, maar ook echt iets vertelt.
Denk bijvoorbeeld aan een straatfoto waarin alleen één persoon scherp is in een drukke menigte. Of een productfoto waarbij de focus ligt op het merklogo, terwijl de rest subtiel vervaagt.

Welke lenzen zijn het meest geschikt voor een foto met weinig scherptediepte?
Als je echt wilt uitpakken met scherptediepte fotografie en droomt van die zachte, dromerige achtergronden waarin je onderwerp loskomt van alles eromheen, dan speelt je lenskeuze een belangrijke rol. Niet elke lens is even goed in staat om een kleine scherptediepte te creëren. Maar welke lenzen zijn daar dan wél perfect voor?
1. Lichtsterke prime-lenzen (vaste brandpuntsafstand)
Lichtsterke prime-lenzen, zoals een 50mm f/1.8 of 85mm f/1.4, zijn absolute toppers als het gaat om een kleine scherptediepte. Dankzij het grote diafragma kun je een enorme hoeveelheid licht binnenlaten én een extreem klein scherptevlak creëren. Vooral bij portretten zorgt dit voor een prachtig isolerend effect.
Ze zijn vaak compact, betaalbaar én haarscherp – ideaal dus om echt creatief aan de slag te gaan met scherptediepte.
📝 Populaire keuzes:
- 50mm f/1.8 (ook wel de ‘nifty fifty’ genoemd)
- 35mm f/1.4 (iets breder, maar nog steeds mooi onscherp)
- 85mm f/1.8 of f/1.4 (fantastisch voor portretten)
2. Telelenzen
Ook zonder extreem groot diafragma kun je met een telelens een kleine scherptediepte bereiken. Door de compressie van het perspectief wordt de achtergrond automatisch onscherper, zelfs bij diafragma’s als f/4 of f/5.6.
Een 70–200mm lens bijvoorbeeld is een geweldige keuze voor portretfotografie met een mooie achtergrondvervaging, zelfs als je niet op f/2.8 kunt fotograferen.
Tip: zoom volledig in en ga wat verder van je onderwerp staan. Zo vergroot je het effect van de onscherpe achtergrond nog meer.
3. Macrolenzen
Macrolenzen staan bekend om hun waanzinnig kleine scherptediepte. Soms maar een paar millimeter! Zelfs bij f/8 of f/11 kan een deel van je onderwerp al buiten de scherpte vallen. Dat maakt ze perfect voor intieme, sfeervolle close-ups waarin je met precisie bepaalt wat wél en niet scherp in beeld komt.
Denk aan een bloemblaadje dat haarscherp is, terwijl de rest in een zachte waas verdwijnt.
Let op: macrofotografie vereist vaak veel geduld en precisie, dus werk bij voorkeur met statief en handmatige scherpstelling.
4. Lenzen met lange brandpuntsafstand en groot diafragma (de droomcombi!)
Wil je het maximale uit kleine scherptediepte halen? Dan is een lens met én een lange brandpuntsafstand én een groot diafragma de heilige graal. Denk aan een 135mm f/1.8 of een 200mm f/2 – deze lenzen geven je ultieme controle over scherptediepte én een prachtige bokeh.
Deze lenzen zijn wel prijziger en groter, maar onder fotografen die echt in achtergrondonscherpte willen investeren zijn ze legendarisch populair.

Veelgestelde vragen over scherptediepte
Wat is het verschil tussen scherptediepte en scherpstelling?
Scherpstelling bepaalt waar in het beeld de scherpte ligt. Scherptediepte bepaalt hoeveel van het beeld vóór en achter dat punt scherp is.
Is veel scherptediepte altijd beter?
Nee, het hangt af van je doel. Soms wil je alles scherp (bijv. bij een landschap), soms wil je juist isoleren (bijv. een portret).
Kan ik scherptediepte beïnvloeden met een smartphone?
Ja! Sommige smartphones hebben een portretmodus waarbij de achtergrond digitaal wordt vervaagd. Het is geen echte scherptediepte, maar het effect lijkt er wel op.
Tot slot
Scherptediepte is één van die magische ingrediënten in fotografie. Het maakt je foto spannend, rustig of juist intens. Of je nu met een simpele lens of een professioneel toestel werkt. Door bewust te kiezen hoe veel (of hoe weinig) je scherp in beeld wilt brengen, vertel je je verhaal veel krachtiger.
Dus pak je camera, zet hem op diafragmavoorkeuze, en ga vooral lekker experimenteren. De wereld is scherp… of juist niet. Jij beslist!


